Paasmetten en Paasspel

Paasmetten en Paasspel

De Romeinse Paasmetten zijn korte Metten, ze hebben maar één nocturne. In het officie van de monniken hebben ze echter de ‘normale’ drie nocturnes. De Metten stammen oorspronkelijk af van de nachtwakes, de vigilies, die in het vroege Christendom voorafgaand aan elke zondag werden gehouden. In de loop van de Middeleeuwen ontstonden er voor Pasen eigenlijk twee nachtofficies: de Paaswake, die opgeschoven werd naar de ochtend van Stille Zaterdag, met twaalf lezingen, vuur- en waterwijding en een eucharistie, en de Paasmetten, die omwille van de lange duur werden ingekort tot één nocturne. Toen in 1955 de Paaswake naar zijn oorspronkelijke plaats, de nacht, werd teruggebracht, werden de Paasmetten dan ook niet meer verplicht gesteld; alleen wie de Paaswake niet heeft meegemaakt, wordt geacht de Metten te bidden.

De Schola Cantorum Amsterdam heeft de Paasmetten altijd in ere gehouden. De psalmen 1, 2 en 3, die als het ware het nieuwe begin symboliseren, worden gepsalmodiëerd, de homilie van St.-Gregorius de Grote over het Paasevangelie gereciteerd en de responsories erbij gezongen. In het Romeins officie is het dan eigenlijk afgelopen, maar in de monastieke traditie wordt de veel oudere gewoonte gehandhaafd aan het einde van de Metten het Evangelie van de dag voor te dragen.

Die gewoonte is waarschijnlijk de reden dat in veel middeleeuwse kloosters het Paasevangelie in gedramatiseerde vorm, als liturgisch spel, werd opgevoerd. Zo ook in de vrouwenabdij van Rijnsburg. In zijn meest elementaire vorm was zo’n Paasspel niet meer dan een simpele dialoog, tussen de Maria’s en de engel(en) bij het graf. ‘Wie zoekt gij’ (Quem quaeritis?) luidt de vraag van de engel, en op het antwoord van de vrouwen dat zij Jezus zoeken, luidt het in alle opzichten verlossende antwoord: ‘non est hic, sed surrexit’ (Hij is niet hier, Hij is verrezen). Deze dialoog, die oorspronkelijk als kleine toevoeging aan de Paasliturgie werd gezongen, werd al aan het einde van de tiende eeuw gedramatiseerd, in Winchester, Engeland. Daarna zien we allerlei toevoegingen, in sommige spelen wordt de gang van Petrus en Johannes naar het graf uitgebeeld. In het Rijnsburgse spel blijft Maria Magdalena achter in de tuin, waar ze Christus ontmoet, die ze in eerste instantie voor de tuinman aanziet. Heel bijzonder is de scene van de twee peregrini in dit spel. Deze scene, die op het verhaal van de Emmausgangers is gebaseerd, komt meestal als een apart spel voor. In Nederlandse kerken en kloosters, in elk geval in die van Rijnsburg en Maastricht, werd hij aan de ochtendlijke gebeurtenissen toegevoegd.

Deze spelen sluiten altijd af met een Te Deum, in onze Metten gevolgd door de gebruikelijke gebeden aan het einde van de Metten.