Gregoriaans is, net als lezing uit Thora of Koran en net als voordracht uit Illias en Odyssee, in essentie gezongen
poëzie. Poëzie wel te verstaan die besloten ligt in al die teksten en verhalen die de individuele mens verbinden met
dat wat boven hem uitstijgt, wat boven tijd en ruimte is verheven, wat onuitsprekelijk is; noem het het onnoembare,
het eeuwige, het absolute, Atman, Brahman, Allah, God of desnoods het Niets.
De belangrijkste verschillen liggen in de taal en het boek. Geen Hebreeuws, Grieks of Arabisch, maar Latijn, de taal
van het Romeinse Rijk. Geen Thora, Griekse klassieken of Koran, maar - vooral - de psalmen, die prachtige joodse
teksten uit het eerste millennium van vóór onze jaartelling.
Daarin is er maar één onderwerp: de link tussen mens en God.
|